zaterdag, 11 sept 2010
1. Achillespees-ontsteking
2. Hardlopen en conditie
3. Scheenbeenvlies-ontsteking
4. Verschijnselen stress
5. Wandelen en conditie
Een van de meest voorkomende blessures is het acute enkelletsel. Per jaar gaan ongeveer 500.000 mensen door hun enkel. Zij gaan voor de eerste hulp naar het ziekenhuis of de huisarts en hierna gaat een deel van hen naar de fysiotherapeut.
Bij enkelletsel is er meestal sprake van een enkelbanddistorsie (een oprekking) of een enkelbandruptuur (een in- of afscheuring).
Voor fysiotherapeuten is een richtlijn ontwikkeld over hoe om te gaan met mensen die net door hun enkel zijn gegaan. Aan de hand hiervan kan hij/zij bepalen welke behandeling er op welk moment uitgevoerd moet worden en hoelang de blessure nog kan gaan duren.
Over het algemeen is er bij een licht letsel een geringe zwelling en enige pijn bij het lopen. Na onderzoek en behandeling kan men na 14 dagen de normale alledaagse activiteiten weer hervatten. Na 3 tot 6 weken is sporten weer mogelijk.
Het herstel van een wat ernstiger letsel is in 4 fasen onder te verdelen:
• Verschijnselen: Er is pijn in en rond de enkel, ook als er niet wordt bewogen. De enkel is dik en kan niet belast worden door de pijn.
• Behandeling: Het enkelgewricht is vaak direct na het ontstaan van het letsel gekoeld met ijs. Na de eerste uren hoeft dit niet meer herhaald te worden omdat het geen effect meer heeft op de zwelling en pijn. Belangrijk is wel dat er in deze fase een drukverband wordt aangelegd en dat de enkel zo veel mogelijk hoog wordt gehouden. Verder wordt er met krukken gelopen en oefeningen gedaan die geen pijn veroorzaken. Vaak zijn dit oefeningen als met de tenen bewegen of kleine rondjes proberen te draaien met de voorvoet.
• Wat wel en wat niet: Bij zittend werk het been hoog leggen en bij staand werk thuis blijven.
• Verschijnselen: De zwelling neemt langzaam af. Er is pijn bij bewegen van de enkel en bij lopen. Ondanks dit is voorzichtig een beetje bewegen en lopen wel mogelijk.
• Behandeling: Als de zwelling voldoende afgenomen is wordt de enkel ingetaped zodat er voorzichtige loopoefeningen gedaan kunnen worden om te proberen weer zo normaal mogelijk te lopen. Ook zijn er in deze fase oefeningen nodig om de spieren rond het enkelgewricht wat te stimuleren.
• Wat wel en wat niet: In deze fase niet te veel en te lang lopen en staan omdat er anders meer zwelling en pijn ontstaat.
• Verschijnselen: De zwelling is flink afgenomen maar is nog wel iets aanwezig. Bij bepaalde bewegingen ontstaat nog pijn en normaal lopen is mogelijk.
• Behandeling: In deze fase worden oefeningen gedaan om de enkel steviger te maken. De enkel blijft nog wel ingetaped zodat voorzichtig de sportactiviteiten weer opgepakt kunnen worden door te beginnen met de minst belastende onderdelen van de sport.
• Wat wel en wat niet: In deze fase voorzichtig blijven en zeker niet forceren. Goed de zwelling en pijn in de gaten houden omdat deze bij teveel belasting erger worden. Deze reactie is dus een duidelijke graadmeter voor wat wel en niet kan.
• Verschijnselen: Bij bepaalde onverwachte bewegingen is er soms nog een pijnscheut. Verder zijn er nauwelijks nog klachten en de enkel kan volledig worden belast.
• Behandeling: In deze fase worden oefeningen gedaan om de enkel steviger en beweeglijker te maken. Ook kan de trainingsbelasting langzaam worden opgevoerd. De enkel blijft nog wel ingetaped maar er moet wel een begin worden gemaakt met het afbouwen hiervan. Eventueel kan een periode een brace worden gedragen.
• Wat wel en wat niet: De (sport-)belasting kan steeds verder worden opgevoerd. Ook nu de zwelling en pijn in de gaten houden omdat deze bij teveel belasting erger worden. Dit zal echter steeds minder ernstig en minder vaak voorkomen.
Veel mensen die wel eens door de enkel zijn gegaan zullen zichzelf in bovenstaand schema herkennen. Soms duurt het herstel echter veel langer. Dit komt meestal door de ernst van het letsel. Hoe ernstiger de beschadiging, hoe langer het herstel zal duren. Soms kan dit zelfs oplopen tot 12 weken. Ook herstelt de ene mens van nature sneller dan de andere. Factoren die hierbij een rol spelen zijn: het eigen herstelvermogen van het lichaam, de eisen die de sporter zelf stelt (prof of amateur), de motivatie om te herstellen en de mate van begeleiding van een fysiotherapeut.
Terug naar het overzicht van veel voorkomende sportblessures.